HARMONIE TUSSEN KLEUREN EN KLANKEN

 
SYNESTHESIA EN PSYCHO-AKOESTIEK

Het onderzoek naar het verband tussen kleur en geluid en de sensatie tussen de zintuigen in onze hersenen is sinds vele eeuwen bekend maar door de wetenschap steeds wisselend beoordeeld.
Wel zijn er parallellen tussen geluid en kleurfrequenties die echter wel zeer ver uit elkaar liggen.
Onderzoek vanuit de empirische psychologie vond al plaats in de tijd van Vincent van Gogh, middels proefondervindelijk onderzoek van de menselijke zintuigen en beschreven in rapporten van Rimbaud Parijs (1871) en Fechner (1876).
Deze publicaties waren het resultaat van het testen tussen aantallen verschillende personen die klank-kleur ervaringen hadden.
Er zijn ook vele beroemdheden, kunstenaars en onbekenden die deze sensatie tussen de zintuigen beleven en harmonie vinden tussen klank en kleur (ook bijvoorbeeld geur).
Van Gogh nam pianolessen in Eindhoven en probeerde de klanken en kleuren te verbinden en te benoemen, zoals hij dacht ook op zijn palet te doen met behulp van de theorie van kleuren door Goethe en in de complementaire kleurencirkel van Delacroix. Indertijd werd hij daarin niet begrepen en weggestuurd door zijn muziekleraar Hein vd Zande.
Prof. Adrian Houtsma deed zorgvuldig onderzoek gedurende 12 jaren en presenteerde zijn bevindingen in 2002 op TU/e betreffende "reflections on psychoacoustics" op de afdeling van perceptie onderzoek welke helaas is opgeheven.
Houtsma onderkende dat er verband bestaat in de wetenschap van audio perceptie oftewel van ons horen en in principe mogelijk moet zijn om dit te meten en in kwalitatieve termen te beschrijven.
Net zoals Fechner realiseerde, dat men geen wetten heeft die de sensorische systemen van de ogen en oren kan beschrijven zoals we dat kennen van uit de fysieke wetenschappen.
In 1975 verscheen een belangrijk geschrift hierover door Lawrence E. Marks betreffende de meetbaarheid in de psychologie.
De optiek kan niet uitleggen hoe we zien en akoestiek ook niet hoe we horen.
Per vandaag zijn we meer ontvankelijk voor het bestaan van optische illusies en men probeert proefondervindelijk ook te meten hoe hier verklaringen voor te vinden zijn.
Psycho-akoestiek probeert te onderzoeken, te beschrijven en uit te leggen wat de complexe relatie dan kan wezen binnen de flexibele variabelen.
Prof. A. Houtsma die nu in de USA verblijft vind dat vervolgonderzoek zeer gewenst zou zijn en dan vooral vanuit de cognitieve psychologie.
Mijn suggestie om dat met blinden en doven te doen om b.v.  objectief een van de zintuigen daarbij uit te schakelen, krijgt waarschijnlijk een vervolg daar.
Een dergelijk faculteit zou zeker belangrijke gegevens en studie kunnen opleveren met een uitbreiding naar het verband tussen alle zintuigen en de perceptie ervan en vooral in onze designstad een welkome aanvulling zijn bij innovaties en research voor de kennis om tot intelligentere producten en oplossingen te komen omdat ze dichter bij de mens staan dan puur technologische oplossingen.


Peter Nagelkerke