FINANCIËN VAN VAN GOGH

Vincent van Gogh (1853-1890) staat naast zijn kunstenaarschap ook bekend als iemand levend in armoede en als iconisch voorbeeld dat een kunstenaar moet lijden.
Toch kreeg hij van zijn broer Theo een maandelijkse toelage van ongeveer 150 franc, wat indertijd gelijk stond aan 75 gulden (brief). Voorheen, toen hij voor Goupil & Cie. werkte, eerst in Parijs maar daarna in Londen (1873-1875),  had hij aanvankelijk een maandelijks inkomen van 90 gulden en kocht zelfs een hoge hoed. Voor zijn kosthuis daar betaalde hij 18 gulden. Van Theo kreeg hij gouden manchetknopen die 1 gulden kostten. Hij voelde zich kosmopoliet worden. 
Teruggeroepen naar Parijs (1875-1876) woonde  hij op een kamertje in Mont Martre maar is uiteindelijk ontslagen.
Echter, toen hij wederom naar Engeland vertrok en onbetaald hulponderwijzer werd in Ramsgate en Isleworth ging alles een beetje anders. 
 
1878-1881
 
Natuurlijk was het financieel een dieptepunt toen Vincent als lekenprediker in de Borinage echte armoede beleefde nadat hij wat baantjes had gehad in Dordrecht en Amsterdam. In de Borinage leefde hij zeer sober, net als de  rest van de mijnwerkers. Hij had het kostuum van zijn vader weggegeven en bij een mijnongeluk zelfs zijn hemd verscheurd om het als verbandmiddel te gebruiken voor de gewonden. 
Toen hij in februari 1881 van Theo die vaste toelage kreeg in den Haag, betaalde hij voor zijn lidmaatschap bij de kunstenaars sociëteit Pulchri fl. 6,50 per jaar maar moest daarbij ook nog Sien Hoornik en kinderen onderhouden en nogal wat ziekenhuiskosten betalen. Het geld verkregen van Theo beschouwde hij als verdiend geld en verweet Theo ook dat deze niet zijn best deed om het werk te verkopen. 
 
1883-1885
 
Even terugkijkend naar zijn tijd in de regio Eindhoven, was zijn inkomen een slordige 900 gulden in een jaar. Toch smeekte hij vaak en zelfs zeer onaangenaam om extra’s. Na zijn verblijf op vaders pastorie en studio in de mangelkamer zou hij een ruim atelier huren voor 75 gulden per jaar bij koster Schafrat, Heieind Nuenen, maar ging voorlopig nog thuis eten. 
Een arbeider als bv. Peter Fietelaars, die als sloper van de St. Clemens Kerk in Nuenen werkte, verdiende toen 11 cent per uur (bijlage).
De directeur van de tekenschool in Eindhoven,  Driekse van Gardingen,  had een jaarinkomen van 300 gulden en niet gediplomeerde leraren slechts  95-150 gulden per jaar (Dr. J.P.M van Oirschot).
Vanaf 1903 ontvangt Eindhoven  voor de tekenschool een rijkssubsidie van fl. 1.200,-. 
Van Gardingen had het goudsmid-atelier overgenomen van Antoon Hermans, maar had ook een winkel in religieuze kunst in de Volderstraat. Ze moesten allemaal bijbaantjes nemen, zoals ook de pianoleraar van Vincent en organist van de St. Catharina kerk Hein v.d. Zande, die naast lessen bij hem thuis ook Franse les gaf op de Franse school in het waaggebouw. 
Vincent zegt in zijn brief 472 aan Theo dat hij dagelijkse kosten heeft van 1 gulden voor model en 1 gulden voor doek en verf. Een wever verdiende in die tijd fl. 4,50 per 1 of  2 weken als hij geluk had om 60 el stof te leveren. Daar moest dan wel het gehele gezin van zien te leven.
 
In brief 479 van 23 Januari 1885:  
"als een wever hard doorwerkt, terwijl hij weeft moet zijn vrouw spoelen (garen winden), op dat stuk wint hij fl. 4,50 die week en mag hij over 8 of 14 dagen terugkomen."
 
Ze verbouwden wel wat aardappelen en rogge, maar dat waren inderdaad de arme mensen.
 
Voor een klein spanraam moest Vincent 15 cent betalen bij timmerman Theodorus de Vries en 50 cent voor een lijstje, wat dan wel zwart moet zijn maar liefst goudkleurig. 
Vincent reisde ook naar Amsterdam (en overnachtte voor 50 cent in de "gaarkeuken”), Utrecht, Antwerpen en met de trein naar Eindhoven. Ook kocht hij fotogravures, houtsneden, litho’s  en illustraties, waarvan hij een zeer grote collectie had. Maar ook tijdschriften en boeken en liet hij een litho drukken bij firma Gestel; 50 stuks voor 3 gulden. Vincent deed zelfs een business voorstel aan Theo (brief 468 2 november 1884), met de tekst : 

"Doch is ’t niet weg te cijferen voor ’t schildersberoep men evenzeer  een bedrijfskapitaal noodig heeft als voor een eenvoudig ’t schoenmakersberoep bv. Een bedrijfskapitaal dat na een paar jaar een zeer goede rente althans dan, om mee te beginnen, kan afwerpen bv. een 20%. En later kan worden afgelost. Zodat het geld van U, bv. stel dat op een Frs 5000,-  desnoods mijn bedrijfskapitaal  is. De rente hiervan - als we die tot 20% kunnen brengen door energie van ons beiden - zou een bewijs zijn van de juistheid van Uw inzigten en tevens ook van de mijnen en van het goed inzien der zaken. Dat resultaat nu - van een 20% rente over Frs 5000,- wou ik gij meehielpt te krijgen. Dit zijn cijfers en zaken en ge moet zien ge Uw vertrouwen en energie terugkrijgt voor de kwestie." 
 
Een postzegel voor een kaart naar vriend Anton Kerssemaker kostte 1,5 cent. Ook schafte Vincent een broek en jas  aan voor fl. 9,50 en in brief 468  van 2 november 1884 zegt hij : 
 
"Heb een nieuwe overjas nodig gehad juist omdat ik mijn kleeren ook meer soigneer dan vroeger". 
 
Volgens de overleveringen van zijn schildersleerling, telegrafist en aquarellist Willem v.d. Wakker, kocht Vincent een kostuum bij Stultiens in de Rozemarijnstraat, waar Willem ook in de kost was. Wat niemand wilde hebben omdat het lila van kleur was met oranje stippen als complementaire kleur en dus voor Vincent een extra reden. Toch liep van Gogh er als een extravagante vagebond bij, soms met een duffelse jas en bontmuts.  
Als jongeman in de vijftiger jaren hoorde ik al dat van Gogh in een paars corduroy pak over de Wolvendijk in Tongelre  had gelopen. Hij at alleen kaas en brood maar liet wel zijn flacon vullen met brandy, maar deed zich ook rijkelijk te goed aan koffie en tabak.
Maar zou hij tijdens zijn tochten door bossen en velden geen braambessen en andere vruchten geplukt hebben of een appeltje gepikt uit de boomgaard van de boeren? In de Nuenense Pastorietuin stonden fruitbomen, zoals de op tekening vereeuwigde peren- en prachtige kastanjeboom. 
Natuurlijk had hij ook andere kosten zoals voor zijn bezoeken aan Dr. Karel v.d. Lo, die hij consulteerde betreffende zijn gezondheid maar ook als de behandelende arts van moeder van Gogh en dan nog de medicijnen en de ingrediënten bij apotheker Vrijman. 
Daarbij komt nog dat vriend Kerssemakers en Hermans zijn verfrekeningen soms betaalden bij Jan Baijens of hem vrijhielden voor een reisje naar Amsterdam en Antwerpen. De kosten voor de voortekeningen en latere schilderijen (welke hij overigens mocht houden omdat Hermans ze naschilderde en als voorbeeld gebruikte) voor het huis van Hermans hadden 25 gulden gekost en dekte de rekening bij Baijens.
In Den Haag had Vincent al ooit voor 20 gulden een tekening verkocht aan de garant van Goupil Den Haag, Hr. Tersteeg (brief 205 aan Theo op 18 februari 1882) en 12 prenten van stadsgezichten van Den Haag verkocht aan zijn oom Cor voor een rijksdaalder per stuk en er lag een optie voor 20 stuks welke oom in commissie nam en waarvan Vincent er 7 leverde.


 
In Nuenen had Margot Begemann als vriendin van Vincent via derden een opdracht voor een pentekening gegeven.
Vincent schrijft daarover aan Theo in brief 464 op 2 oktober 1884 en na het bericht van de mislukte zelfmoordpoging door Margo:
 
"Toch nu juist in deze gebeurde het, dat nu gevraagd werd om voor fl. 20,00 een tekening te maken of geschilderde schets, waar ik ook gevolg aan gegeven heb, doch daar ik veronderstelde en bij onderzoek ook uitkwam dat Margo Begemann hier achter zaten ’t geld indirect zou geven, weigerde ik meest beslist de betaling doch niet de tekening, die ik gestuurd heb".  
 
Bij fotograaf Peter v. Bemmel in de Nieuwstraat liet hij zijn werk fotograferen om grote afdrukken te versturen als reclame in Parijs maar ook als fotografische visitekaartjes. Vincent kwam vaker op zondagen naar Eindhoven en schilderde met zijn leerlingen, soms 3, soms een hele week en moest natuurlijk daar ergens verblijven.
Volgens "de Telegraaf” van 3 juli 1969 was dat bij familie v.d. Broek in het Korenstraatje. Ook met de enorme werken bij de Genneper watermolen kon je niet op en neer sjouwen en zal hij vast wel ergens onderdak gehad hebben in de buurt. 
 
1888 ARLES
 
De periode in Arles met het "gele huis" inrichten,  kamers verven, meubilair, aanleg gasverlichting, kamer voor Gauguin, maar ook de opnames in het ziekenhuis, psychiatrische inrichting St. Remy heeft natuurlijk ook fortuinen gekost, door Theo gefinancierd. 

1890 AUVERS
 
Verblijf Logement Ravoux. Anna Boch, de Belgische kunstenares en zus van Eugene Boch, vriend, schilder en dichter van Vincent, kocht het schilderij "de rode boomgaard” (Arles 1888, JH 1626) voor 400 francs op de VII Exposition des XX Brussel in 1890 (28 januari - 23 februari). Vincent had nog geprobeerd om Eugene Boch aan zijn zuster Wil te koppelen. Of hij zelf nog ooit wat van dat geld heeft gezien valt te betwijfelen. 
 
-Eugene Boch, Arles-
  
 
-Rode Wijngaard, Arles-
  
 
Volgens de wens van Vincent heeft Jo van Gogh-Bongers een portretschilderij van Eugene (JH 1574) aan hem nagelaten. Geschilderd met het diepste blauw wat Vincent kon maken als achtergrond. 
Na het overlijden van Vincent en een aantal maanden daarna zijn jongere broer Theo heeft de weduwe, Jo van Gogh–Bonger (1863-1925), zich ontpopt als een werkelijke marketingvrouw. Ze verzamelde en rangschikte alle brieven waarbij de eerste uitgave van "de brieven aan zijn broeder" (1914)  gepubliceerd werden. Ook benaderde ze recensenten, zoals Albert Aurier, om artikelen over Vincent te schrijven/publiceren. Organiseerde ze dat  Vincent’s werken wederom tentoongesteld werden en verkocht schaars. 
Theo had natuurlijk een grote collectie opgebouwd van de werken van Vincent maar ook van de later beroemde impressionisten (Lautrec, Bernard, Gauguin, etc., etc.). Ook waren daar veel werken bij die Vincent met hen had geruild. 
Bijna 25 jaar na het overlijden van haar man Theo liet ze hem herbegraven (1914)  naast Vincent op het kerkhof in Auvers, wat nu bijna een bedevaartsoord is geworden.
Er zijn ongeveer 25 plaatsen in Europa waar van Gogh in ere wordt gehouden door zijn werken, contacten en topografische vastleggingen en gelukkig de aandacht geven die hij verdiende. 
 
PS:
Jan Wolkers stoorde zich aan het feit dat van Gogh gehoereerd werd, volgens zijn zeggen. Van Gogh is natuurlijk een merk geworden en door velen commercieel geëxploiteerd met fratsen en frutsels, echter zonder respect voor de kunstenaar. Zoals een niet te eten soepje op Place du Forum in Arles voor veel te veel geld.
 
Peter Nagelkerke juli 2012.  

Bronnen:
 
  • Eindhoven, Een Samenleving In Verandering, Dr. J.M.P. van Oorschot;
  • Vincent van Gogh - de brieven (6-delen);
  • Tasche: alle schilderijen;
  • Karel Vermeeren: Toen Eindhoven nog Eindhoven was;
  • Tussen Gloeikouske en Gloeilamp;
  • De Groene, De Telegraaf;
  • Ik Voel Me Thuis Daar (verschillende auteurs);
  • Gruune buukse. J. v. Hoek;
  • Van Gogh & Eindhoven, Nagelkerke en v.d. Sommen;
  • De Oude Toren;
  • T. de Brouwer-van Gogh en zijn weg, Jan Hulsker.